|
|
|
| Onderzoek | |||
| De leden van het Perinatal research institute Maastricht (PERIM) verrichten onderzoek naar verschillende onderwerpen die te maken hebben met zwangerschap en pre-eclampsie. Dit onderzoek is in drie grote lijnen onder te verdelen. | |||
| Basaal wetenschappelijk onderzoek | |||
|
Bij basaal wetenschappelijk onderzoek wordt de basis van processen en mechanismen van zowel normale functies (zoals bij een gezonde individu) als gestoorde functies (zoals bij ziekte) onderzocht. Het zijn deze basale processen die de bouwstenen vormen van de kennis die we hebben over het functioneren van het menselijk lichaam. Basaal wetenschappelijk onderzoek vindt vaak plaats in laboratoria waar in vitro (vrij vertaald in een reageer buis) cellen of weefselstukjes worden onderzocht. Door een enorme uitbreiding van de technische mogelijkheden die de afgelopen jaren heeft plaatsgevonden is het aan het begin van de 21ste eeuw mogelijk om daarbij tot het niveau van de cel, de onderdelen van een cel, de moleculen binnen een cel en tot op het niveau van afzonderlijke genen te kijken. Waardoor het mogelijk is om veel dieper in te gaan op het verloop van allerlei processen in het lichaam. Aanpassingen van de bloedsomloop vormen een belangrijke schakel in het tot stand komen van een zich normaal ontwikkelende zwangerschap. De kennis van het normale verloop van deze processen is van groot belang voor het bestuderen van zowel de normaal verlopende, als de door ziekte gecompliceerde, zwangerschap. In het recente verleden hebben verschillende studies van onze eigen onderzoeksgroep meer kennis over welke veranderingen wanneer op treden en hoe die te meten zijn opgeleverd. Vaatverwijding is een belangrijke factor die bijdraagt aan de optimale omstandigheden voor een goede ontwikkeling van de zwangerschap. Tot op heden is niet bekend welke stoffen, processen en organen betrokken zijn bij het tot stand komen van deze vaatverwijding. Pas als bekend is hoe dit gebeurt, kan bestudeerd worden waarom dit, bijvoorbeeld bij pre-eclampsie, anders verloopt. Een weer daarna volgende stap is het ontwikkelen van behandelingen. Op
dit moment worden binnen onze groep twee grote studies verricht waarbij
op het niveau van de cel en de moleculen in die cel gekeken wordt naar
het antwoord op de vraag hoe de vaatverwijding in de zwangerschap tot stand
komt. De eerste voorlopige resultaten lijken hoopvol, in die zin dat het
er alle schijn van heeft dat we tenminste op de goede weg zijn om een stap
dichterbij de oplossing te komen.
|
|||
| Klinisch onderzoek | |||
|
Bij klinisch onderzoek zijn proefpersonen betrokken, als patiënt of als gezonde vrijwilliger, waarbij processen, verschijnselen of behandelingen bij de mens worden bestudeerd. Het moge duidelijk zijn dat onderzoek bij mensen aan strenge regels is gebonden zodat de vrijwilligers geen schade ondervinden. Klinisch onderzoek wordt getoetst door een medisch ethische commissie die eisen stelt aan de manier van voorlichten, onderzoeken en behandelen van de proefpersonen. Hierbij komen allerlei aspecten aan de orde die de gezondheid van de vrijwilligers moeten waarborgen. Voor de verschillende klinische studies zijn wij vrijwel continu op zoek naar vrijwilligers. Hierbij zoeken we zowel vrouwen die pre-eclampsie hebben gehad als vrouwen die een "normale" zwangerschap hebben gehad. Maar soms ook vrouwen die nog nooit zwanger zijn geweest maar er wel over denken om zwanger te willen worden. Op dit moment worden de volgende klinische studies uitgevoerd of ontwikkeld: De
invloed van inspanning op de bloedsomloop van o.a. nieren en op de elasticiteit
van bloedvaten.
De rol van dat deel van het zenuwstelsel dat de bloedsomloop regelt bij het ontstaan van pre-eclampsie. Onderzoek naar lichamelijke klachten en onderliggende afwijkingen bij vrouwen die 20 jaar geleden een pre-eclampsie doormaakten Psychologische effecten van het doormaken van pre-eclampsie. De effectiviteit van preventieve behandelingen bij pre-eclampsie Mocht
U interesse hebben in deelname aan deze studies en heeft U zelf pre-eclampsie
gehad of heeft U een ongecompliceerde zwangerschap doorlopen en/of wilt
U binnenkort zwanger worden? Dan kunt U geheel vrijblijvend voor meer informatie
contact opnemen met:
Inez Schreij, onderzoeks assistente Afdeling Gynaecologie en Verloskunde academisch ziekenhuis Maastricht postbus 5800 6202 AZ MAASTRICHT 043-3882101
of 043-3876771 of via e-mail
|
|||
| Onderzoek naar onderliggende aandoeningen bij pre-eclampsie | |||
|
Een link naar een relevante website opgeven
|
Sinds
ongeveer 10 jaar wordt er steeds vaker na-onderzoek verricht bij vrouwen,
die in het recente verleden een zwangerschap doormaakten, welke gecompliceerd
werd door een ernstige vorm van pre-eclampsie of een ernstige groeiachterstand
van hun ongeboren kind. Dit na-onderzoek, meestal uitgevoerd in de academische
ziekenhuizen en de grotere streekziekenhuizen, heeft tot doel aan te tonen
of de doorgemaakte problemen tijdens de zwangerschap zomaar ontstonden
of zich ontwikkelden, omdat er bij de betrokken vrouw risicofactoren aanwezig
waren, waarvan bekend is, dat ze gepaard gaan met een verhoogde kans op
het krijgen van de doorgemaakte problemen.
In Maastricht voeren wij sinds 1989 bij vrouwen met een z.g. belaste verloskundige voorgeschiedenis, dit na-onderzoek uit. De kans op het vinden van een risicofactor is daarbij groter naarmate de doorgemaakte complicatie ernstiger was. Om die reden beperken wij ons onderzoek tot die vrouwen, waarbij de complicatie in de doorgemaakte zwangerschap(pen) aan één of meer van de volgende kenmerken voldoet: In de eerste zwangerschap (miskramen niet meegerekend) ontwikkelden zich dusdanig ernstige ziekteverschijnselen, vóór de 34 ste week van de zwangerschap, dat verwijzing naar de specialist noodzakelijk was. Deze stelde vervolgens één van de volgende diagnoses vast: preeclampsie, HELLP syndroom, voortijdige placentaloslating (solutio placentae) en/of ernstige onderontwikkeling van het ongeboren kind, al dan niet eindigend in het vóór de geboorte overlijden van het kind. De doorgemaakte pre-eclampsie werd gecompliceerd door aanvallen, zoals die voorkomen bij epilepsie, waarbij de behandelend specialist de diagnose eclampsie vaststelde. De duur van de zwangerschap, waarbij deze complicatie optrad, is daarbij onbelangrijk. De diagnose pre-eclampsie werd in tenminste twee achtereenvolgende zwangerschappen vastgesteld, ongeacht de zwangerschapsduur. De herhaalde complicatie was daarbij steeds zodanig ernstig, dat betrokkene in het ziekenhuis behandeld moest worden. De zwangerschapscomplicaties zoals genoemd onder punt 1 en 2 komen nadrukkelijk voor in de eerste lijn (moeder én eventuele zussen) van de familie van de te onderzoeken vrouw, die zélf nog nooit zwanger is geweest. Inmiddels zijn ongeveer 300 vrouwen (december 2000) onderzocht en kunnen we een voorzichtige tussen balans opmaken. Van deze 300 vrouwen, zijn er inmiddels alweer zo'n 85 opnieuw zwanger geweest. Bij een groot aantal van de onderzochte vrouwen (meer dan 90%) vonden wij (doorgaans kleine) afwijkingen in de: Hart, bloedvaten en/of nierfunctie. Dit type afwijkingen werd waargenomen bij meer dan de helft van de onderzochte vrouwen. Meestal was er sprake van een (meestal licht) verhoogde bloeddruk, een verlaagd plasmavolume of licht verminderde nier functie. Stolling. Dit type afwijkingen werd bij ruim 30% van de onderzochte vrouwen vastgesteld. De afwijkingen hebben met elkaar gemeen, dat zij allen tot een vergemakkelijkte stolling aanleiding geven. Men spreekt ook wel van "trombofilie". Afweer het anti fosfolipiden syndroom. Dit type afwijkingen kwam ook bij 15% van de onderzochte vrouwen voor. Meestal zijn er dan een bepaald soort antistoffen in het bloed aantoonbaar, die zich tegen lichaamseigen eiwitten richten. Soms vinden we antistoffen in het bloed, die men ook bij reuma aantreft. Stofwisseling. Dit type afwijkingen werd bij ruim 15% van de onderzochte vrouwen gevonden. De meest voorkomende afwijking was "hyperhomocysteïnaemie", waarbij de concentratie van het eiwit "homocysteïne" in het bloed te hoog is. Dit eiwit heeft een nadelig effect op de functie van de bloedsomloop en de stolling. Verder zagen wij in deze categorie afwijkingen, stoornissen in de suikerstofwisseling en de cholesterol waarden. Opvallend was, dat vrijwel niemand van de onderzochte vrouwen klachten had, die toegeschreven konden worden aan de gevonden afwijking. Op theoretische gronden zouden aan de hand van deze onderliggende afwijkingen preventieve behandelingen in een volgende zwangerschap kunnen worden toegepast. Een belangrijke kanttekening bij deze behandeling is echter dat de effectiviteit tot nu toe niet volledig is aangetoond. Hoewel er wel degelijk aanwijzingen zijn dat deze preventieve behandelingen baat zouden kunnen hebben en dat ze voor moeder en kind veilig kunnen worden toegepast zijn er ook nadelen en ongemakken aan verbonden. Het is daarom belangrijk dat in een z.g. placebo studie wordt onderzocht of dit soort preventieve behandelingen een gunstig effect hebben op een volgende zwangerschap. In onze studie kreeg het merendeel van de vrouwen na een volgende zwangerschap een gezond kind zonder grote problemen. Op basis van onze ervaringen menen wij echter toch te moeten stellen, dat het onrealistisch is te verwachten, dat een volgende zwangerschap gegarandeerd ongestoord zal verlopen, nadat wij aan de hand van de resultaten van ons na-onderzoek, een behandeling ingesteld hebben. Deze volgende zwangerschap wordt natuurlijk wel beter gecontroleerd en daardoor zal eerder het ontstaan van een complicatie worden vastgesteld. Dit laatste maakt het mogelijk om vervolgens in een eerdere fase de behandeling zonodig aan te passen, waardoor de kans op het uit de hand lopen van de complicatie kleiner wordt. Ons inziens is het vooral belangrijk om de vrouwen met ernstige afwijkingen op te sporen. Het geïnformeerd zijn over het bestaan van afwijkingen maakt het mogelijk om b.v. een specifieke behandeling in te stellen, maar kan ook betekenen, dat een vrouw een volgende zwangerschap ontraden wordt. Verder zal er meer kennis opgebouwd worden over de grote variatie in afwijkingen, die klaarblijkelijk allen een verband hebben met pre-eclampsie. Verder proberen we op dit ogenblik voor iedere afwijking een behandeling samen te stellen, die de kans op een gecompliceerde zwangerschap in de toekomst zou moeten verkleinen. Kennis van het hele scala van afwijkingen draagt ook bij aan het vinden van de echte oorzaak van deze zwangerschaps complicaties. De afwijkingen kunnen in een volgende zwangerschap in verschillende mate de kans op het ontstaan van pre-eclampsie verhogen. Men dient zich daarbij te realiseren, dat een kansberekening bemoeilijkt wordt door het feit dat we de oorzaak van pre-eclampsie nog niet kennen. Wij vonden bovendien bij ruim 90% van de vrouwen afwijkingen, terwijl het risico op herhaling voor gehele onderzochte groep (indien géén behandeling ingesteld zou worden) geschat wordt op ongeveer 20 tot 25%. Met andere woorden, het aantonen van een afwijking betekent zeker niet, dat de volgende zwangerschap met problemen gepaard zal gaan. Men dient zich te realiseren, dat in een 2de zwangerschap de kans op het krijgen van pre-eclampsie sowieso veel kleiner is, omdat in de eerste plaats de baarmoeder al een keer de normale veranderingen tijdens de zwangerschap heeft doorgemaakt en dus getrained is en in de tweede plaats, dat een 2de (en volgende) zwangerschap (meestal) van dezelfde partner zal zijn, hetgeen betekent dat de lichte afweerreacties van het moederlijke afweersysteem tegen de vrucht en de moederkoek, die zich bij de innesteling voordoen, milder zullen zijn. De
gunstigere uitgangconditie bij een 2e zwangerschap zorgen ervoor, dat in
feite minder dan één op de vier vrouwen met een belaste voorgeschiedenis,
deze uiterst negatieve ervaring opnieuw zal meemaken.
|
| © Perinatal research institute Maastricht |
|
| De medewerkers van deze website gaan uiterst zorgvuldig te werk bij de samenstelling hiervan. Toch sluiten wij iedere aansprakelijkheid uit voor eventuele gevolgen van het handelen op grond van de informatie of adviezen die U op deze website aantreft. Bij medische problemen is het raadzaam allereerst uw eigen arts te consulteren. Alvorens U aan de inhoud van deze site consequenties verleent, dient U eerst een en ander met uw eigen arts te overleggen. De inhoud van deze website vormt geenszins een vervanging van een consult bij uw eigen arts. Deze website is geoptimaliseerd om bekeken te worden met een resolutie van 1024 x 768 in zowel Netscape Navigator® als Internet Explorer®. |