www.unimaas.nl/~hellp integrale tekst van de HELLPdesk web site patiënten informatie over zwangerschap en hoge bloeddruk Zwangerschap en hoge bloeddruk Patiënten informatie Op deze website vindt U informatie over problemen tijdens (en na) de zwangerschap die het gevolg zijn van hoge bloeddruk, preeclampsie en het HELLP syndroom. Het doel van deze site Deze website wordt gemaakt door leden van het perinatal research institute Maastricht (PERIM), een onderzoeksgroep van de afdeling gynaecologie en verloskunde van het academisch ziekenhuis Maastricht en het Onderzoeksinstituut Groei en Ontwikkeling van de Universiteit Maastricht. De informatie die U hier vindt is met name bedoeld als achtergrond informatie. Voor specifieke informatie over uw igen situatie kan alleen een bezoek aan uw eigen huisarts, verloskundige of gynaecoloog het antwoord bieden. We hebben geprobeerd zoveel mogelijk begrijpelijke taal te gebruiken met de juiste medische termen. U vindt een lijst met medische termen bijgevoegd. In het algemeen zullen we het hebben over pre-eclampsie. Dit is om niet steeds de hele rij aandoeningen te hoeven opnoemen. U kunt dus meestal in plaats van pre-eclampsie ook HELLP syndroom of hoge bloeddruk in de zwangerschap lezen. Het zijn echter geen duidelijk verschillende ziekten maar eerder aandoeningen die onderling duidelijk verwant aan elkaar zijn. Hoge bloeddruk voor de zwangerschap (pre-existente hypertensie) Bij deze aandoening heeft men meestal al buiten de zwangerschap een hoge bloeddruk. Soms wordt het pas in hetbegin van de zwangerschap ontdekt. Bloeddruk stijging die optreedt voor de 20e week van de zwangerschap, wordt hier ook onder gerekend. Hoge bloeddruk is een toename van de bovendruk tot boven de 140 (mmHg) en/of een toename van de onderdruk tot boven de 90 (mmHg). Dit kan je niet met één meting vaststellen. Er dienen meerdere metingen te worden verricht. Waarbij dan verschillende keren een te hoge bloeddruk waarde moet worden gemeten, voordat men van verhoogde bloeddruk kan spreken. Omdat niet alle vormen van hoge bloeddruk behandeld hoeven te worden, zullen er vrouwen zijn die van tevoren geen geneesmiddelen gebruiken om de bloeddruk te verlagen, terwijl andere vrouwen wel geneesmiddelen krijgen. Deze vorm van hoge bloeddruk is geen aandoening van de zwangerschap,maar verhoogt wel de kans op problemen in de zwangerschap. Hoge bloeddruk door de zwangerschap (pregnancy induced hypertension) Men spreekt van hoge bloeddruk van de zwangerschap als de bloeddruk na de 20e week van de zwangerschap stijgt tot een bovendruk van meer dan 140 (mmHg) of tot een onderdruk van meer dan 90 (mmHg). Als de onderdruk niet boven de 90 komt maar wel met meer dan 15 stijgt ten opzichte van de bloeddrukwaarde aan het begin van de zwangerschap, spreekt men ook van zwangerschaps hoge bloeddruk. Hetzelfde geldt als de bovendruk niet boven de 140 komt maar wel met meer dan 30 stijgt ten opzichte van de waarde aan het begin van de zwangerschap. Bijvoorbeeld: een vrouw heeft aan het begin van de zwangerschap een bloeddruk van 100 bovendruk en 60 onderdruk en krijgt tijdens de 25e week een onderdruk van 80. De onderdruk is dan niet boven de 90 gestegen maar wel met meer dan 15 toegenomen en is er dus toch sprake van zwangerschaps hoge bloeddruk. Zwangerschaps hoge bloeddruk kan met klachten gepaard gaan en kan ook gevolgen hebben voor de werking van de moederkoek. Over het algemeen zijn de gevolgen echter minder ernstig dan bij pre-eclampsie of HELLP syndroom Pre-eclampsie (zwangerschaps vergiftiging/Toxicose) Het juiste medische woord voor zwangerschapsvergiftiging is pre-eclampsie. Een ander woord, waarmee meestal ook pre-eclampsie wordt bedoeld is toxicose. Er is sprake van pre-eclampsie wanneer er naast (zwangerschaps) hoge bloeddruk, ook meer dan 300 milligram eiwit per 24 uur in de urine wordt uitgescheiden. Om dit laatste vast te stellen is dus onderzoek van de urine nodig. Pre-eclampsie gaat vaak gepaard met klachten (vochtophoping (oedeem) in bijvoorbeeld enkels, handen en gezicht, hoofdpijn, tintelingen in de vingers, misselijkheid en wazig of vlekjes zien) en kan een verminderde werking van de moederkoek tot gevolg hebben. Hierdoor dreigt dan weer een tekort aan voedingsstoffen voor de baby wat leidt tot groeiachterstand. Tenslotte kan er een zuurstof tekort bij de baby ontstaan. met als mogelijk gevolg hersen beschadiging of overlijden. Pre-eclampsie lijdt ook tot verminderde werking van moederlijke organen zoals nieren, lever en bloedvaten. De gevolgen van pre-eclampsie zijn veelal ernstiger dan bij zwangerschaps hoge bloeddruk, maar vaak minder dan bij het HELLP syndroom. Pre-eclampsie begint, net als het HELLP syndroom, meestal pas na de 22-24ste week van de zwangerschap of later. HELLP syndroom De naam HELLP syndroom is afgeleid van een (engelstalige) afkorting: Hemolyse (bloedafbraak) Elevated Liver enzymes (leverfunctiestoornissen) Low Platelets (afbraak van bloedplaatjes). Daarnaast komt hierbij ook vaak hoge bloeddruk, oedeem en eiwitverlies voor. Deze aandoening wordt dus vastgesteld door bloedonderzoek te doen. Het is een aandoeningen die voor moeder en kind veel problemen oplevert, zoals: hoofdpijn, misselijkheid, pijn boven in de buik, bandgevoel, groeiachterstand en andere complicaties. Bij HELLP syndroom zijn de gevolgen vaak ernstiger dan bij de eerder genoemde ziektes. Zo komt het overlijden van de baby bij HELLP vaker voor dan bij pre-eclampsie en zwangerschaps hoge bloeddruk. Bij heel ernstige vormen van het HELLP syndroom kan ook het leven van de moeder bedreigd worden. Het HELLP syndroom werd in het begin van de jaren 80 voor het eerst beschreven in de wetenschappelijke vakliteratuur. Het is een ziekte die dus nog niet zo heel lang bekend is. Daardoor is niet iedereen op de hoogte van het bestaan. Eclampsie Bij eclampsie krijgt de vrouw toevallen die lijken op stuipen zoals deze bij epilepsie worden gezien. Dit is een levensbedreigende situatie voor zowel moeder als het ongeboren kind. Eclampsie dient met spoed in een ziekenhuis te worden behandeld. Eclampsie ontstaat als gevolg van een (heel) hoge bloeddruk en door vaat problemen in de hersenschors. Het treedt als complicatie op bij 1 van elke 200 vrouwen met een ernstige pre- eclampsie of het HELLP syndroom. Bij aanwijzingen voor een verhoogd risico, kan met preventieve behandelingen (bijvoorbeeld: magnesium sulfaat) dit verhoogde risico bijna geheel weggenomen worden. Hoe ontstaat pre-eclampsie Op dit moment zijn (nog) niet alle factoren die een rol spelen bij het ontstaan van zwangerschaps hoge bloeddruk, pre-eclampsie en HELLP bekend. Het is daarom nog steeds niet mogelijk om te zeggen waarom, wie en hoe men deze aandoeningen krijgt. Wel weten we dat bij het ontstaan van deze aandoeningen een aantal gezamenlijke oorzaken een belangrijke rol spelen. Je zou kunnen zeggen dat het erop lijkt dat HELLP syndroom de ernstige vorm van een ziekte is die als zwangerschaps hoge bloeddruk begint. Daarom behandelen we hier een aantal gezamenlijke oorzaken en risico factoren. Veranderingen in de zwangerschap Vroeg in de zwangerschap, vinden er grote veranderingen plaats in het lichaam van de vrouw. Deze veranderingen hebben tot doel de omstandigheden voor innesteling van de vrucht en later groei en ontwikkeling van de baby zo goed mogelijk te laten verlopen. Als deze aanpassingen niet volgens schema verlopen, kan dat gevolgen hebben voor de gezondheid van moeder en de baby. Als eerste verslappen de bloedvaten waardoor ze wijder worden. Hierdoor dreigt de bloeddruk van de moeder te dalen. Maar dit wordt grotendeels voorkomen doordat het hart harder gaat pompen. De totale hoeveelheid vocht in de bloedvaten neemt toe. Om deze toename te laten plaatsvinden wordt o.a. extra zout en water vastgehouden. De hele bloedsomloop werkt daarna op een veel hoger niveau. De bloedvaten (en de bloedcellen) worden hierdoor veel zwaarder belast. Om de bloedvaten te beschermen tegen deze belasting treden allerlei beschermingsmechanismen in werking. Het is waarschijnlijk dat deze bij pre-eclampsie tekort zijn geschoten. Ook het afweersysteem gaat anders werken. De baby en de moederkoek zijn wat erfelijk materiaal betreft voor de helft afkomstig van moeder en voor helft van vader. Ze zijn dus deels lichaamsvreemd. Het afweersysteem in de zwangerschap werkt zodanig, dat de moederkoek en de baby niet direct als lichaamsvreemd worden herkend. Om die reden wordt de moederkoek en de baby niet door het lichaam van moeder afgestoten. Het is op dit moment nog niet duidelijk, hoe deze veranderingen tot stand komen. Waarschijnlijk spelen de zwangerschapshormonen oestrogeen en progesteron naast andere, nog onbekende factoren en stoffen, daarbij een rol. Maar wel is duidelijk dat deze veranderingen er voor zorgen dat er voldoende bloed (en dus voedingsstoffen en zuurstof) via de moederkoek naar de baby worden gebracht en dat tegelijkertijd de bloedomloop van de moeder zodanig wordt aangepast dat deze zelf geen problemen ondervindt. De vaatwandcellen De cellen die de binnenkant van de bloedvaten bekleden spelen een grote rol bij het ontstaan van pre-eclampsie. Doordat deze cellen bij pre-eclampsie veranderen gebeurt het volgende: de bloedstollings neiging neemt toe waardoor stolsels kunnen ontstaan. De bloedvaten knijpen samen waardoor ze vernauwen en de bloeddruk stijgt. De bloedplaatjes gaan klonteren waardoor ook weer stolseltjes kunnen ontstaan die op hun beurt ook weer andere vaatwandcellen kunnen beschadigen. De kleine bloedvaatjes worden meer poreus waardoor microscopische openingen ontstaan en vocht met eiwit kan weglekken uit de bloedvaten en oedeem ontstaat. De gevolgen van deze veranderingen zijn dat de bloeddruk omhoog gaat, dat er eiwitverlies in de urine ontstaat, dat er oedeem ontstaat dat zorgt voor dikke voeten,enkels, handen en gezicht. Door het klonteren van bloedplaatjes ontstaan er stolseltjes, maar neemt ook het aantal bloedplaatjes af. Het lichaam beschermt zich tegen het ontstaan van thrombose (grote bloedstolsels) door stoffen te maken, die microscopisch kleine stolseltjes weer oplossen (de zogenaamde fibrinolyse). Doordat de bloedvaten samenknijpen zal de doorbloeding van een aantal organen afnemen. Dit laatste gebeurt vaak in de nieren, lever en baarmoeder. Organen die minder goed doorbloed worden, kunnen hun functie minder goed uitoefenen. In de baarmoeder betekent dat dat de baby via de moederkoek minder voedingsstoffen en zuurstof kan krijgen. Het afweersysteem Het afweer systeem zorgt ervoor dat lichaamsvreemde stoffen en bacteriën door het lichaam worden opgeruimd. De moederkoek, die voor genetisch gezien voor de helft van moeder en voor de helft van vader afkomstig is, is half lichaamsvreemd. Dit lichaamsvreemde zou betekenen dat normaal gesproken de moederkoek door moeder zou worden afgestoten. Gelukkig gebeurt dit niet. Het afweer systeem werkt tijdens de zwangerschap anders. Daarnaast is de buitenkant van de moederkoek als het ware omgeven door een soort "laklaag" die er voor zorgt dat het lichaam het niet als lichaamsvreemd herkent. Als deze "laklaag" beschadigd raakt kan het weer juist wel als lichaamsvreemd worden herkent. Waarschijnlijk vindt er bij pre-eclampsie een soort beschadiging plaats. Hoe en waarom dit gebeurt is niet echt bekend. Dit speelt echter wel een rol bij het ontstaan van pre-eclampsie. Dat het afweersysteem een rol speelt wordt ook duidelijk doordat in een tweede zwangerschap, waarbij het lichaam gedurende de vorige zwangerschap heeft kunnen wennen aan het lichaamsvreemde genetisch materiaal van de vader dat aanwezig is in de moederkoek, minder vaak pre-eclampsie voorkomt. Dit geldt echter weer niet als een tweede of volgende zwangerschap van een andere partner is. Omdat deze andere partner natuurlijk weer ander genetisch materiaal heeft. Recent onderzoek heeft aangetoond dat naar mate de vrouw langer een sexuele relatie met de vader heeft gehad en daarbij in aanraking is gekomen met zijn zaadcellen ( dus bij geslachtsgemeenschap zonder condoom of bij orale sex waarbij het zaad wordt doorgeslikt) zij minder kans loopt op het krijgen van pre-eclampsie. Dit bevestigt dat het afweer systeem een rol speelt. De moederkoek (placenta) De moederkoek speelt een hoofdrol bij pre-eclampsie. Ten eerste komt het alleen voor bij vrouwen die zwanger zijn (en waarbij dus een moederkoek aanwezig is). Na de bevalling verdwijnt de moederkoek uit lichaam en daarna de ziekte meestal binnen +/- 2-3 dagen. Dus zonder moederkoek is er geen pre-eclampsie. Ten tweede is de verminderde werking van de moederkoek, die bij pre-eclampsie vaak optreedt de oorzaak van problemen bij de baby. De moederkoek functioneert namelijk als een doorgeefluik van voedingsstoffen en zuurstof van de moeder naar de baby toe. Achterblijven in groei, en soms ook zuurstof tekort worden veroorzaakt door de verminderde werking van de moederkoek. Waarschijnlijk wordt bij pre-eclampsie in het begin van de zwangerschap de moederkoek minder goed van bloed voorzien. Als gevolg hiervan kunnen de bloedvaten, die vanuit de baarmoeder naar de moederkoek lopen zich minder goed ontwikkelen. Hierdoor zijn ze kleiner dan normaal en zullen ze makkelijker samenknijpen. Hierdoor zal de moederkoek (en daardoor ook de baby) ook later in de zwangerschap minder goed van bloed worden voorzien. Het is nog niet exact bekend waarom precies de bloedvaten naar de moederkoek zich niet goed ontwikkelen. Het is ook niet duidelijk wat het verband is tussen de onderontwikkelde bloedvaten en de veranderingen in de cellen die bloedvaten van binnen bekleden. Erfelijkheid Er zijn families, waarin naar verhouding met hetgeen men kan verwachten, veel meer vrouwen pre-eclampsie krijgen. Het is bekend dat vrouwen wiens zussen en moeder pre-eclampsie hebben gehad, meer kans hebben om zelf ook pre-eclampsie te krijgen. Als een vrouw geboren is bij een moeder die tijdens diezelfde zwangerschap pre-eclampsie had, is de kans om zelf ook pre-eclampsie te krijgen zelfs nog groter. Hieruit blijkt dat erfelijke aanleg een rol speelt bij het ontstaan van pre-eclampsie. Hoe dit precies in zijn werk gaat is onbekend. Het is niet waarschijnlijk dat één gen als enige voor het ontstaan van de ziekte verantwoordelijk is. Want als dat het geval was, dan zou de kans om in de tweede zwangerschap pre-eclampsie te krijgen even groot zijn als in de eerste zwangerschap. Want in beide gevallen zou bij de vrouw het gen aanwezig zijn. En de ervaring leert dat kans om in de eerste zwangerschap pre-eclampsie te krijgen groter is dan de kans om in de tweede of volgende zwangerschap pre-eclampsie te krijgen. Wel zijn er een aantal aandoeningen die er toe kunnen bijdragen dat een vrouw pre-eclampsie krijgt. Sommige van deze aandoeningen zijn erfelijk. Het vaker optreden van pre-eclampsie bij vrouwen met zo'n erfelijke aandoening zou men dan "indirect" erfelijk kunnen noemen. Stollingsstoornissen Het lichaam heeft een systeem van bloedstolling, afbraak van bloedstolsels en remmen van bloedstolling. Dit moet ervoor zorgen dat bloedstolling daar optreedt waar het nodig is en niet daar waar het niet mag. Het complexe mechanisme van de bloedstolling zorgt ervoor dat dit geregeld wordt. Bij vrouwen met stollingsafwijkingen kan de neiging om bloedstolsels te maken verhoogd zijn. Tijdens de zwangerschap zou dit problemen kunnen opleveren. Er kunnen namelijk minuscuul kleine bloedstolsels ontstaan die schade aanrichten aan de bloedvaten (van o.a. de moederkoek) en kunnen zorgen voor micro verstopping van de bloedvaatjes. Hierdoor krijgen delen van de moederkoek geen bloed meer. Tevens kunnen hierdoor stoffen vrij komen die de vaatwandcellen beschadigen, met als gevolg dat het ontstaan van pre-eclampsie wordt bevorderd. Aandoeningen waarvan bekend is dat ze mogelijk bijdragen aan het ontstaan van pre-eclampsie zijn: proteïne S en proteïne C tekorten en een verandering in een gen dat betrokken is bij de bloedstolling, de zogenaamde factor 5 Leiden mutatie. Omdat deze aandoeningen meestal geen klachten geven kan pas na specifiek laboratorium onderzoek worden vastgesteld dat er sprake is van deze stollingsafwijkingen. Er zijn aanwijzingen dat een preventieve behandeling tijdens de zwangerschap met stollingsremmende stoffen, de kans op pre-eclampsie mogelijk verkleinen. Hoewel deze behandeling veilig is, zijn er wel nadelen zoals het ongemak van een dagelijkse injecties en blauwe plekken op de plaats van injectie. Daarnaast is nog niet aangetoond dat deze behandeling ook daadwerkelijk een verbetering geeft. Het is daarom heel belangrijk dat in een groot onderzoek dat momenteel in een aantal Nederlandse ziekenhuizen loopt (de FRUIT studie) vergeleken wordt of vrouwen die het medicijn krijgen beter af zijn dan vrouwen die het niet krijgen. Tot de uitslag van deze studie bekend is het moeilijk om uitspraken te doen over het wel of niet toepassen van deze behandeling. Afwijkingen van de bloedsomloop Zoals eerder al beschreven, vinden er een aantal veranderingen plaats in de bloedsomloop van een zwangere vrouw. Het is inmiddels bekend, dat bij vrouwen die pre-eclampsie krijgen deze aanpassingen soms al heel vroeg in de zwangerschap anders dan normaal verlopen. De toename van de totale hoeveelheid vocht in de bloedbaan blijft bij deze vrouwen achter. Het lijkt erop dat als gevolg hiervan zullen de bloedvaten zich vernauwen om de bloeddruk op pijl de houden. Daarnaast wordt vaker gezien dat het hart meer liters bloed per minuut rondpompt dan normaal. Waarschijnlijk zijn de bloedvaten bij deze vrouwen ook "stijver" waardoor ze minder makkelijk open kunnen gaan staan en zich aanpassen aan de veranderingen in de bloedsomloop. Het gevolg van beide verschijnselen is dat het bloed relatief snel door vernauwde bloedvaten wordt gepompt. Waardoor de vaatwandcellen eerder beschadigd zullen raken en pre-eclampsie kan ontstaan. Daarnaast zullen hierdoor eerder klonteringen van bloedplaatjes optreden waardoor weer stolsels kunnen ontstaan en pre-eclampsie eerder zou kunnen optreden. Het lijkt aannemelijk, dat deze verschijnselen van een verminderd bloedvolume, een verhoogde pompsnelheid van het hart en "stijvere" bloedvaten, de kans op hoge bloeddruk in de zwangerschap vergroot. Bij deze groep van vrouwen zou het mogelijk kunnen zijn dat een behandeling met aspirine in de zwangerschap een vermindering van de kans op pre-eclampsie geeft. Hetzelfde zou het geval kunnen zijn voor geneesmiddelen die de bloeddruk verlagen of het hart minder hard laten pompen. Voor beide behandelingen geldt dat deze nog experimenteel zijn. Ze zijn welliswaar veilig voor moeder en kind, maar het is nog niet aangetoond dat deze behandelingen ook daadwerkelijk nut hebben. Totdat verder onderzoek hierop het antwoord geeft is het dus moeilijk uitspraken te doen over de preventieve behandeling met deze geneesmiddelen. Stofwisselingsstoornissen Er zijn een aantal stofwisselingsaandoeningen die kunnen leiden tot meer kans op pre-eclampsie. Zo is bekend dat storingen in de koolhydraathuishouding een verhoogde kans op het krijgen van pre-eclampsie veroorzaken. Suikerziekte is bijvoorbeeld zo'n ziekte. Maar een verminderde gevoeligheid voor insuline, die ook kan voorkomen zonder suikerziekte te hebben, is ook zo'n aandoening. Een behandeling van al bestaande suikerziekte is daarom erg belangrijk om de zwangerschap met zo weinig mogelijk problemen te laten verlopen. Ook afwijkingen in de vetzuurhuishouding zoals een te hoog cholesterol gehalte in het bloed kunnen bijdragen aan een hogere kans op pre-eclampsie. Een gezond dieet en eventueel behandeling van een te hoog cholesterol gehalte is daarom belangrijk. Een belangrijke stofwisselingsstoornis, die waarschijnlijk bijdraagt aan problemen in de zwangerschap, is die van een stof die methionine heet. Deze zogenaamde methionine stofwisseling verloopt bij sommige vrouwen anders dan normaal. Waardoor in verhoogde mate de stof homocysteïne in het bloed voorkomt (hyperhomocysteïnaemie). Wanneer dit het geval is bestaat er grotere kans op pre-eclampsie, thrombose en mogelijk op latere leeftijd ook op hart en vaatziekten. Op jonge leeftijd zal een vrouw meestal weinig merken van deze aandoening. Alleen door gericht onderzoek d.m.v. een methionine belastingstest, kan deze aandoening worden opgespoord. Door het gebruik van extra vitamines (vitamine B6 = pyridoxine en vitamine B11 = foliumzuur), kunnen mogelijk een aantal van de problemen die te wijten zijn aan een methionine stofwisselingsstoornis, voorkomen worden. Omdat deze stofwisselingsstoornis op latere leeftijd zeer waarschijnlijk bijdraagt aan een grotere kans op hart- en vaatziekten (hartinfarct, beroerte) is het te overwegen om bij deze aandoeningen ook buiten de zwangerschap deze vitamines te blijven innemen. Het antifosfolipiden syndroom Het anti fosfolipiden syndroom is een aandoening waarbij bepaalde anti-stoffen (die betrokken zijn bij het afweersysteem) in verhoogde concentraties voorkomen in het bloed. Dit kan men opsporen door hier gericht naar te zoeken. De meeste mensen maken deze stoffen niet in deze mate. Vrouwen met deze aandoening hebben een toegenomen risico op thrombose. Daarnaast vormt deze aandoening ook een probleem in de zwangerschap: miskramen en pre-eclampsie komen vaker voor. Het is waarschijnlijk dat een preventieve behandeling het verloop van de zwangerschap duidelijk gunstig beïnvloedt. Met andere woorden door deze behandeling wordt de kans op problemen in de zwangerschap zeer waarschijnlijk kleiner. De aanwijzingen hiervoor bij tal van wetenschappelijke onderzoeken zijn inmiddels zo sterk dat deze behandeling steeds meer wordt toegepast en dus niet echt experimenteel meer is. Overigens komt het anti fosfolipiden syndroom niet vaak voor. Andere afwijkingen Naast de hiervoor genoemde groepen zijn er nog een aantal aandoeningen die minder vaak voorkomen, maar wel een rol kunnen spelen bij het ontstaan van pre-eclampsie. Voorbeelden hiervan zijn ziekten van het afweersysteem, aandoeningen van de schildklier (hyperthyreoidie) rheuma-achtige aandoeningen, nierziekten, niertransplantatie, hartziekten en sommige aangeboren afwijkingen van moeder. Ook bij sommige aangeboren afwijkingen van het kind (trisomie 13). Van deze afwijkingen is vaak nog niet in alle gevallen bekend hoe ze het ontstaan van pre-eclampsie beïnvloeden en of je er wat tegen kunt doen. In weer andere gevallen is er juist wel weer enige ervaring aanwezig en soms kan de zwangerschap het best in een gespecialiseerd ziekenhuis door een team van specialisten begeleid worden. Bij specifieke ziekten of afwijkingen kan het verstandig zijn om al voor men zwanger wordt, hierover een gesprek met uw huisarts of gynaecoloog te hebben om te bespreken of er risico's zijn en eventueel maatregelen te treffen die ervoor moeten zorgen dat de zwangerschap zo goed mogelijk verloopt. Toename van pre-eclampsie Gedurende de laatste jaren lijkt er een toename te zijn van het percentage vrouwen dat pre-eclampsie krijgt. Door veranderingen in de samenleving is dat voor een deel te verklaren. Het aantal kinderen per echtpaar neemt af. Onder alle zwangeren zijn er daardoor relatief veel vrouwen die een eerste kind krijgen. Het is bekend dat in de eerste zwangerschap meer pre-eclampsie voorkomt. Meer vrouwen met een eerste zwangerschap betekend dus in verhouding meer vrouwen met pre-eclampsie. Daarnaast neemt de gemiddelde leeftijd waarop vrouwen zwangerschap worden toe. Pre-eclampsie is voor een groot deel een ziekte van bloedvaten. De kwaliteit van onze bloedvaten neemt helaas met het toenemen van de jaren ook af, waardoor makkelijker pre-eclampsie kan ontstaan. Dit betekent dus ook meer pre-eclampsie. Naarmate men ouder is neemt de kans op een meerling toe. Bij meerlingen is er vaker pre-eclampsie. Met de leeftijd neemt ook de vruchtbaarheid af. Er zullen dus meer vrouwen zijn die zwanger worden na een vruchtbaarheid bevorderende behandeling. Bij deze behandelingen ziet men ook vaker meerlingen en dus ook vaker pre-eclampsie. Daarnaast speelt wellicht ook een vettere voeding (cholesterol) door toegenomen welvaart en meer gebruik van fast food een rol bij het krijgen van pre-eclampsie. Over de rol van milieuvervuiling en schadelijke stoffen in het milieu is weinig bekend. Men kan dus op dit moment niet zeggen dat dit een duidelijke rol speelt. De behandeling van pre-eclampsie Op dit moment is een behandeling van de oorzaak van zwangerschaps hoge bloeddruk, pre-eclampsie en HELLP syndroom, anders dan het beëindigen van de zwangerschap, nog niet mogelijk. Een genezing van deze ziektes in die zin dat de zwangerschap daarna ongestoord verder gaat is dus niet mogelijk. Tot nu toe is alleen symptoom bestrijding mogelijk, waarbij de klachten wat kunnen verminderen en de bloeddruk kan worden verlaagd. Daarnaast zijn er medicijnen om te situatie van de baby te verbeteren. Beëindigen van de zwangerschap De enige behandeling waarbij de oorzaak van pre-eclampsie wordt aangepakt is het verwijderen van de moederkoek uit het lichaam. Want als de moederkoek uit het lichaam is, is de bron, die de verschijnselen van pre-eclampsie veroorzaakt, ook verdwenen. Het verwijderen van de moederkoek kan niet zonder dat de baby geboren wordt. Vaak is de enige behandelings mogelijkheid het beëindigen van de zwangerschap. Dit kan bijvoorbeeld door inleiding met prostaglandine gel en/of een infuus met een weeën opwekkend middel of door een keizersnede. Wanneer pre-eclampsie heel vroeg in de zwangerschap optreedt, bijvoorbeeld voor de 28ste week, is zo'n kunstmatig opgewekte vroeggeboorte zeker niet zonder risico's voor de baby. Maar het langer verblijven in de baarmoeder kan ook problemen opleveren voor de baby, vanwege een mogelijk zuurstoftekort en een langdurend tekort aan voedingsstoffen. Ook kan het voorkomen dat er een gezondheidsrisico voor de moeder is, waarbij haar behandeling niet altijd in het belang van het kind hoeft te zijn. De beslissing die moet worden genomen berust dus vaak op tegenstrijdige belangen. Want wat het beste is voor de baby is weer niet altijd goed voor de moeder en omgekeerd. Daarom zal het wel of niet kiezen voor beëindigen van de zwangerschap veelal afhangen van het antwoord op vragen zoals: Hoe ver is de zwangerschap gevorderd? Hoe ziek is de moeder? Hoe zwaar wordt de baby geschat? Hoe is de gezondheid van de baby? Wat is het risico voor moeder bij doorgaan van de zwangerschap.? Wat is het risico voor de baby als die nu geboren wordt? Wat is het risico voor de baby als die nu niet geboren wordt ? Wat kunnen er nog voor aan andere maatregelen worden getroffen om de risico's voor moeder en kind zo klein mogelijk te maken? Het afwegen van deze vragen is een moeilijk proces dat voor ieder persoon en in iedere zwangerschap weer anders is. Heel vaak worden deze vragen door verschillende artsen samen opgelost. Vaak gebeurt dit in een team van gynaecologen (perinatologen) en kinderartsen (neonatologen) en andere specialisten zoals internist en anaesthesioloog. Behandeling van hoge bloeddruk De hoge bloeddruk die bij pre-eclampsie optreedt kan/moet in een aantal gevallen worden behandeld met medicijnen die als tablet of via een infuus worden toegediend. Hiermee wordt wel iets gedaan aan het verschijnsel hoge bloeddruk maar wordt de oorzaak van de ziekte (pre-eclampsie) niet bestreden. Bij de vraag of de hoge bloeddruk wel of niet behandeld moet worden, zijn de volgende zaken van belang: ? Een veel te hoge bloeddruk kan gevaarlijk zijn voor de moeder. ? Door de bloeddruk te veel te verlagen kan de moederkoek minder goed doorbloed raken, wat weer kan opleveren voor de baby (zuurstof tekort). ? De geneesmiddelen om te bloeddruk te verlagen hebben allen een andere manier van werken en die werking is vaak weer afhankelijk van de manier van toedienen. ? De hoeveelheid (dosering) van de geneesmiddelen die gegeven wordt is in elk geval weer anders. ? Veel geneesmiddelen (dus ook bloeddrukmiddelen) mogen in de zwangerschap niet worden gegeven, omdat ze een ongunstig effect op het ongeboren kind kunnen hebben . Gezien de bovenstaande punten is de behandeling van hoge bloeddruk in de zwangerschap maatwerk waarbij allerlei factoren meewegen. Het wel of niet geven van bloeddruk verlagende geneesmiddelen is dan ook een complex probleem. Daarom wordt men voor behandeling van hoge bloeddruk in de zwangerschap verwezen naar een gynaecoloog of perinatoloog. Geneesmiddelen die gegeven kunnen worden bij hoge bloeddruk in de zwangerschap zijn: Aldomet® (methyldopa) Adalat® (nifedipine) Trandate® (labetolol) Kentensin® (ketanserine) allen in tablet vorm. Via een infuus kunnen worden gegeven: Nepresol® (dihydralazine) Ketensin® (ketanserin) Dit lijstje is samengesteld op basis van persoonlijke ervaringen en is derhalve zeker niet compleet en kan daardoor verschillen van wat door anderen wordt gegeven. Dit laatste betekent dus zeker niet dat andere behandelingen niet goed zijn. Het gebruik van geneesmiddelen in de zwangerschap is niet zonder risico. Ga daarom nooit zelf experimenteren maar vraag uw gynaecoloog om advies. Behandeling van klachten Bij pre-eclampsie kunnen veel klachten optreden: hoofdpijn, tintelingen in handen en vingers, vochtophoping (oedeem), misselijkheid en overgeven, wazig zien, sterretjes of lichtflitsen zien, buikpijn met name boven in de buik juist onder de ribben, een bandgevoel waarbij het lijkt of een strakke band om de buik word aangetrokken. Dit rijtjeis een opsomming van de typische klachten bij pre-eclampsie, maar daarnaast kunnen er ook andere klachten optreden die voor ieder anders kunnen zijn. Soms zijn deze klachten in vlagen aanwezig waarna ze weer voor korte of langere tijd verdwijnen. Vaak treden ze op tijdens de zwangerschap. Maar ook na de bevalling kunnen er nog klachten optreden bij een vrouw, die voordien geen klachten had. De ernst van deze klachten lijkt meestal toe te nemen met de ernst van de ziekte. D.w.z. hoe zieker de vrouw is hoe meer en hoe heftiger haar klachten zullen zijn. Maar dat hoeft niet. Er zijn namelijk ook vrouwen met nauwelijks klachten, die toch een ernstige vorm van het HELLP syndroom hebben. Sommige van deze klachten zijn wel te verlichten. Maar echt helemaal verdwijnen tijdens de zwangerschap doen ze meestal niet. Belangrijk is wel om te onthouden, dat met behandeling van deze klachten nog niets wordt gedaan aan de oorzaak van de pre-eclampsie. Natuurlijk is het wel zo dat een pijnvrije situatie, indirect ook van voordeel is voor het kind, omdat er bij de moeder dan minder stresshormonen in het bloed zijn. Het gebruik van geneesmiddelen in de zwangerschap om de klachten te laten verminderen is vaak wel mogelijk maar niet altijd zonder risico. Ga daarom nooit zelf experimenteren maar vraag uw verloskundige, huisarts of gynaecoloog om advies. Bevorderen van de longrijpheid In die gevallen waar pre-eclampsie vroeg in de zwangerschap ernstige vormen aanneemt zal nogal eens besloten worden om de zwangerschap te beëindigen. In veel gevallen is dit ver voor de uitgerekende datum. De baby wordt dan dus te vroeg geboren. Daardoor zijn veel organen van de baby nog niet rijp. Dit is in het bijzonder het geval voor de longen, hersenen en darmen. Deze onrijpe organen zijn minder goed in staat om hun functie te vervullen. Dit kan voor de baby allerlei problemen veroorzaken. Door het geven van corticosteroïden aan de moeder, kan de rijpheid van de longen van de baby worden bevorderd. Dit geneesmiddel lijkt op een hormoon dat de baby zelf ook maakt. Hierdoor is de kans groter dat de baby na de geboorte zelfstandig kan ademen. Want vaak kunnen te vroeg geboren baby's door onvoldoende longrijpheid niet goed zelf ademen. Is dat het geval dan moet de baby kunstmatig beademd worden en waadoor weer andere problemen ontstaan. Het toedienen van deze middelen ter bevordering van de longrijpheid kunnen daardoor een belangrijke verbetering van de kansen van de te vroeg geboren baby betekenen. Indien deze medicijnen 48 uur voor de geboorte van het kind hebben kunnen inwerken dan is het gunstig effect op de longrijpheid vaak voldoende. Maar zelfs als deze injectie 12 uur voor de bevalling gegeven is er al een gunstig effect voor de baby mogelijk. Op dit ogenblik vindt er onderzoek plaats naar de vraag hoe vaak deze injecties toegediend moeten worden. Omdat deze onderzoeksresultaten nu nog niet voorhanden zijn, is het nog onduidelijk hoe lang en hoe vaak deze behandeling moet worden herhaald voor het beste resultaat. Voorkomen van eclampsie Bij ernstige vormen van pre-eclampsie kan de ziekte overgaan in eclampsie. Bij deze aandoeningen krijgt de vrouw stuipen zoals ook bij epilepsie voorkomen. Deze stuipen kunnen levensbedreigend zijn voor zowel moeder als kind. Daar waar een goede kwaliteit en bereikbaarheid van de gezondheidszorg voorhanden is, komt eclampsie niet vaak voor. Tekenen dat een vrouw stuipen kan krijgen zijn bijvoorbeeld: veel klachten hebben, heftige reacties op het opwekken van reflexen (zoals kniepees reflex), sterk oplopende bloeddruk en ernstige afwijkingen bij laboratorium onderzoek. In het algemeen kan men stellen dat deze stuipen vrijwel alleen optreden bij de ernstige vormen van pre-eclampsie. Om deze stuipen te voorkomen kunnen geneesmiddelen worden toegediend die het doorgeven van prikkels van en naar de hersenen dempen. Meestal gebeurt dit met een infuus waarbij continu kleine hoeveelheden van het geneesmiddel in de bloedbaan worden gebracht. Het geneesmiddel, dat voor dit doel gebruikt wordt is meestal magnesiumsulfaat. De toediening kan gevaarlijk zijn als het risico van overdosering niet goed bewaakt wordt. Bijwerkingen van een te hoge dosis is een remming van de ademhaling, dubbelzien, sufheid en slikklachten. In het verleden werd vaak valium® gegeven. Dit medicament is veilig en effectief, maar er zijn meer bijwerkingen zoals sufheid en slaperigheid. Een ander nadeel van valium is, dat er in ernstige mate sprake kan zijn van geheugenverlies tijdens de behandeling. Dit lijkt op zich niet zo erg, omdat de situatie waarin men verkeert verre van prettig is en men dit wellicht graag zou willen vergeten. Echter dit ontbrekende geheugen kan later aanleiding geven tot psychische klachten. Omdat het optreden van stuipen erg gevaarlijk kan zijn voor zowel moeder als kind is een behandeling, bij voorkeur met magnesiumsulfaat, ondanks de bijwerkingen in bepaalde gevallen toch noodzakelijk. Wanneer een zwangere vrouw toch stuipen krijgt moeten deze geneesmiddelen liefst zo snel mogelijk alsnog, of soms in een hogere dosering gegeven worden om de aanval te laten stoppen en om herhaling te voorkomen. Tijdens de aanval van stuipen zelf is het vaak moeilijk om injecties of een infuus te geven omdat een vrouw die stuipen heeft, wilde, niet gecontroleerde, bewegingen maakt. In dit soort gevallen wordt in de acute fase soms een geneesmiddel als zetpil toegediend. De gevolgen van pre-eclampsie voor de moeder Wanneer een vrouw zwangerschaps hoge bloeddruk, pre-eclampsie of het HELLP syndroom krijgt gebeurt er erg veel met haar en rondom haar. Om een indruk te geven wat er allemaal kan gebeuren, geven we hier een korte beschrijving van de gevolgen van het hebben van pre-eclampsie voor de moeder. Het is belangrijk te weten dat de typische klachten en complicaties van pre-eclampsie niet bij iedereen optreden en dat naast de genoemde klachten ook andere symptomen kunnen voorkomen die hier niet zijn beschreven. Klachten en verschijnselen tijdens pre-eclampsie Pre-eclampsie treedt meestal pas op na de 24e week van de zwangerschap, hoewel in uitzonderingsgevallen ook wel eens eerder. Het is niet ongewoon dat de klachten pas na de bevalling ontstaan. Zelfs bij vrouwen die voor de bevalling helemaal nergens last van hadden, kunnen na de bevalling zeer ernstige klachten ontstaan waardoor ze alsnog ernstig ziek worden. In het algemeen stelt men dat 48 tot 72 uur na de bevalling de kans op het ontstaan van pre-eclampsie, HELLP syndroom en eclampsie is verdwenen. De klachten die optreden zijn wisselend. Sommige vrouwen merken er weinig van. Weer andere hebben juist veel klachten. Klachten die horen bij pre-eclampsie zijn hoofdpijn, misselijkheid, vlekjes zien, wazig zien, tintelingen, een pijnlijk gespannen gevoel boven in de buik en het opzwellen van vingers, enkels en andere delen van het lichaam door het vasthouden van vocht. Bij ernstige vromen van pre-eclampsie en HELLP syndroom kunnen stuipen (eclampsie) bij moeder optreden. De klachten worden meestal veroorzaakt doordat organen als gevolg van pre-eclampsie niet goed meer functioneren. Zo komen bijvoorbeeld de vochtophopingen tot stand doordat bloedvaten meer doorlaatbaar (poreus) worden waardoor meer vocht uit de bloedvaten kan weglekken en zich ophoopt in de weefsel van bijvoorbeeld de enkels, vingers of het gezicht. Niet elke vrouw heeft dezelfde klachten. Vooral als er klachten optreden die niet duidelijk bij pre-eclampsie horen, kan het voorkomen dat men in eerste aan een andere aandoening denkt. Omdat ook de bloedvaten van de nieren poreuzer zijn geworden kan eiwit weglekken naar de urine. Bij laboratorium onderzoek van de urine zal men dan ook eiwit aantreffen. Daarnaast kunnen op het bloed testen worden uitgevoerd waardoor het minder goed functioneren van nieren en lever kan worden aangetoond. Deze laboratorium testen zullen dan ook vaak worden uitgevoerd bij vrouwen met pre-eclampsie om na te gaan hoe ziek zij zijn. Bij pre-eclampsie is er een kans dat de bloedstolling extra wordt geactiveerd. Ook dit laatste is in het bloed terug te vinden. Een ander gevolg van preeclampsie is dat de moederkoek minder goed doorbloed wordt, waardoor de baby minder voedingsstoffen en zuurstof krijgt. Als gevolg hiervan zal de baby minder vaak en minder heftig gaan bewegen. Een zwangere vrouw zal dit merken. Elke baby heeft zijn eigen manier van bewegen en niet elke baby zal even vaak bewegen. Ook de plaats van de moederkoek zal een invloed hebben op hoe goed de moeder de baby kan voelen bewegen. De meeste zwangere vrouwen weten hoe hun baby beweegt en als dit patroon verandert, is dat een reden voor ongerustheid. Hoewel de baby ook gewoon kan slapen, is een ongewone verandering van de bewegingen toch een verschijnsel dat serieus genomen moet worden. Bij twijfel is het daarom aan te raden om contact op te nemen met uw verloskundige, huisarts of gynaecoloog. Want als een vrouw pre-eclampsie heeft kan dit verschijnsel van minder bewegen door de baby een teken van een dreigend tekort aan zuurstof zijn. Een zeldzame maar gevaarlijke complicatie van pre-eclampsie kan het loslaten van de moederkoek zijn. Als dit optreedt wordt de zuurstof voorziening van de baby acuut bedreigd en kan het overlijden van de baby dreigen. Bij zo'n loslating treden soms, maar lang niet altijd, de volgende klachten op: vaginaal bloedverlies, buikpijn, heftige weeën of harde buiken die snel achter elkaar optreden of zelfs helemaal niet stoppen (de buik kan dan als een plank aanvoelen). Soms wordt dit vooraf gegaan door een periode waarin de vrouw de baby niet of veel minder voelt bewegen. Omdat een loslating van de moederkoek een zeer bedreigende situatie is, is het raadzaam zijn om bij het optreden van deze verschijnselen contact op te nemen met uw verloskundige, huisarts of gynaecoloog. De meeste klachten die door pre-eclampsie worden veroorzaakt verdwijnen na de bevalling weer, hoewel het soms tot een jaar kan duren voordat men zich weer helemaal fit voelt. Meestal houdt men aan pre-eclampsie geen blijvende schade over aan nieren, lever of andere organen. Klachten na pre-eclampsie Meestal houdt een vrouw die pre-eclampsie heeft gehad, hier geen blijvende lichamelijke schade aan over. Zo zullen nieren en lever meestal na enige tijd weer normaal gaan werken. Hoewel soms na weken tot maanden nog lichte afwijkingen kunnen worden gevonden bij laboratorium onderzoek. Slechts in zeer zeldzame gevallen van heel ernstig verlopende pre-eclampsie houdt een vrouw blijvende problemen over. Maar dit is meer uitzondering dan regel. Wel is het zo dat na een pre-eclampsie de vrouw heel lang klachten kan blijven houden. Dit heeft te maken met het lichaam, dat na ernstig ziek te zijn geweest weer moet herstellen. Veel vrouwen met een ernstige pre- eclampsie bevallen d.m.v. een keizersnede en ook dit is van invloed op de lichamelijke toestand. Maar anderzijds spelen ook niet lichamelijke zaken een belangrijke rol. Veel moeders (en dus ook vaders) na pre-eclampsie hebben namelijk een kind gekregen dat gedurende lange tijd (weken tot maanden) in de couveuse zal verblijven. Tijdens die couveuse periode zullen er met de baby vaak grotere en kleinere problemen zijn van medische, sociale en praktische aard. Al deze problemen komen nog eens bovenop de toch al matige lichamelijke toestand. Het is daarom niet vreemd, dat een moeder deze zware last niet zomaar kan dragen en zich dus gedurende langere tijd niet fit zal voelen. Naast de moeders die de problemen hebben met een vaak te vroeg en te klein geboren kind zijn er ook moeders die helemaal geen kind meer hebben. Want bij pre-eclampsie komt het helaas voor dat een baby in de buik of na de bevalling komt te overlijden. Het verdriet en de verwerking van dit verdriet is ook een zware belasting voor moeder (en vader). Al deze factoren kunnen er toe lijden dat men tot lang na de bevalling, soms tot die jaar na dato, allerlei klachten zal blijven houden die kunnen variëren van moeheid, lusteloosheid, duizeligheid, concentratieverlies en een verminderd geheugen maar ook andere vormen kunnen aannemen. Belangrijk is in te zien dat deze klachten vrijwel nooit zuiver lichamelijk of zuiver psychisch zijn maar meestal een combinatie van de hierboven beschreven factoren en uiteindelijk, zij het soms pas na jaren, weer verdwijnen. Psychische problemen tijdens en na pre-eclampsie Het doormaken van pre-eclampsie heeft vaak tot gevolg dat er allerlei psychische problemen ontstaan. Naast de lichamelijke klachten en problemen vormen de psychische kanten een groot probleem. Veel van deze psychische klachten komen voort uit angst en onzekerheid. Angst voor de gezondheid van moeder en kind. Zelfs angst dat moeder en kind de ziekte niet zullen overleven komen regelmatig voor. Gezien de ernstige vormen die pre-eclampsie kan aannemen, is het niet vreemd dat deze angsten ontstaan. In veel gevallen zal deze angst nog versterkt worden doordat er veel onzekerheid is over de eigen toestand. Veel vrouwen merken namelijk pas als ze het aan den lijve ondervinden, wat pre-eclampsie is. Vooraf weten veel vrouwen en hun partners nauwelijks wat pre-eclampsie is. Ze komen dan in een periode waarin ze toch al ernstig ziek zijn, in een medische molen terecht. Hierbij kan van het ene op het andere moment, soms in vliegende spoed, allerlei ingrijpen nodig zijn. De a.s. moeder en haar partner hebben vaak nauwelijks de tijd en de informatie gekregen om te kunnen beseffen, wat er allemaal gebeurt. Hierdoor ontstaat naast angst en onzekerheid heel vaak een gevoel van machteloosheid en compleet overgeleverd en afhankelijk te zijn van het medische circuit. Maar ook na de bevalling spelen psychische problemen vaak een grote rol. Want ook dan spelen zaken als angst voor toekomstige zwangerschappen, de gezondheid van de baby en angst voor het wellicht opnieuw verliezen van een baby in een volgende zwangerschap, een belangrijke rol. Omdat op veel vragen, ook van de behandelaars, geen duidelijk antwoord kan worden verkregen, ontstaat ook onzekerheid en machteloosheid. Na de bevalling is de zorg voor de baby ook vaak in praktische zin heel groot. Heen en weer reizen naar ziekenhuis, waar de baby in de couveuse ligt is vaak heel vermoeiend voor de moeder die net pre-eclampsie heeft gehad. Maar ook later zullen de kinderen die te vroeg zijn geboren of veel te licht waren bij de geboorte, vaker hulp van artsen nodig hebben. Zodat in het dagelijks leven veel aandacht naar het kind gaat en de moeder nauwelijks tijd voor zichzelf en haar partner over heeft. Het is eigenlijk helemaal niet vreemd te noemen, dat al het bovenstaande, bij een vooraf meestal volstrekt gezonde vrouw, spanningen en psychische problemen kan veroorzaken. Desondanks vinden veel vrouwen weinig begrip voor hun klachten, waardoor zij in hun omgeving en op het werk (dat ze vaak pas na lange tijd weer kunnen hervatten) problemen ondervinden. Op dit moment loop binnen onze werkgroep een onderzoek naar deze psychische problemen en o.a. hoe de begeleiding in het ziekenhuis en de reacties van de omgeving hierbij een rol bij speelt. De eerste resultaten van dit onderzoek suggereren dat vrouwen, en deels ook hun partners, die pre-eclampsie of een vroeggeboorte hebben doorgemaakt duidelijk vaker te maken hebben met aandoeningen zoals het post- traumatisch stress syndroom en depressieve klachten. Aangezien dit onderzoek nog niet voltooid is zullen wij U ook in de toekomst via deze web-site op de hoogte houden van nieuwe resultaten. De gevolgen van pre-eclampsie voor het kind Het hebben van pre-eclampsie kan grote gevolgen hebben voor de baby. Deze hebben te maken met de verminderde aanvoer van voedingstoffen en zuurstof via de slechter werkende moederkoek, maar anderzijds ook doordat de ziekte het noodzakelijk kan maken dat de moeder te vroeg moet bevallen. De gevolgen voor de baby kunnen heel ernstig zijn. De gevolgen voor het kind tijdens de zwangerschap De problemen die de baby tijdens de zwangerschap ondervindt hebben enerzijds te maken met de verminderde toevoer van voedingsstoffen en zuurstof door de moederkoek en anderzijds door het tijdstip waarop de bevalling plaatsvindt. Dat laatste is bij pre-eclampsie vaak veel vroeger dan de uitgerekende datum. We spreken dan van een vroeggeboorte. Door de verminderde aanvoer van voedingsstoffen zal de baby minder hard groeien en treedt een groeivertraging of stilstand op. Omdat er geen voedingstoffen in overvloed zijn, zal de baby economisch met de aangeboden stoffen om moeten gaan. Wat er gebeurt, is dat die processen die van het meeste belang zijn voor het voortbestaan worden bevoordeeld. D.w.z. dat bijvoorbeeld eerst de hersenen en het hart van de baby van voedingsstoffen en zuurstof worden voorzien. Minder belangrijke delen van het lichaam, zoals bijvoorbeeld de kleine teen, krijgen dan minder. Hierdoor zal de baby in groei achterblijven. Baby's die na pre-eclampsie worden geboren zijn vaak erg mager. Men noemt dit dysmatuur, kenmerkend hiervoor is een magere buik en een relatief groot hoofd. Als het aanbod van voedsel hersteld is, na de geboorte als de baby gevoed wordt, verdwijnt dit aspect weer na enige tijd. Toch dient men er rekening mee te houden, dat deze baby's vaak enige tijd achter blijven lopen in groei t.o.v. hun leeftijdsgenootjes. De baby kan zich dus aanpassen aan de periode van schaarste die heerst tijdens de zwangerschap. Dit gebeurt ook voor wat betreft het zuurstofaanbod. Alleen zijn de grenzen hier veel smaller. Want hoewel een baby langere tijd zonder voldoende voedingsstoffen kan overleven zonder grote schade te ondervinden, geldt dit niet voor zuurstof tekorten. Een zuurstof tekort dat langer duurt zal uiteindelijk kunnen leiden tot o.a. hersenbeschadiging en in uiterste gevallen zelfs tot het overlijden van de baby. Middels het maken van echo's en uitwendig onderzoek kan er een inschatting worden gemaakt van de groei en voedingstoestand van de baby. Daarnaast geven CTG's (hartfilmpjes van de baby) ook een indruk van de conditie (en dus indirect van de zuurstof voorziening). Helaas is er nog geen methode beschikbaar waarmee met zekerheid kan worden voorspelt hoe de conditie van de baby is en of er moet worden ingegrepen. Wanneer bij onderzoek met CTG en echo lijkt, dat de baby dreigt een zuurstof tekort te krijgen, kan om die reden besloten worden dat de baby buiten de baarmoeder beter af is dan er binnen. In dat geval zal worden besloten, afhankelijk van andere factoren, om de zwangerschap te beëindigen met een inleiding of een keizersnede. Bij pre-eclampsie is er dus frequent sprake van het probleem van vroeggeboorte. Veel organen zijn dan nog niet rijp. Met name geldt dit voor longen, hersenen, lever en darmen. Dit kan problemen opleveren na de geboorte. Om deze reden worden vaak medicijnen gegeven aan de moeder om met name de longrijpheid te bevorderen. Daarnaast zal de behandelend arts proberen natuurlijk het tijdstip van de bevalling zo lang als het voor moeder en baby veilig is, uit te stellen. Problemen voor het kind tijdens de bevalling Tijdens de bevalling is voor het kind het risico op zuurstof tekort duidelijk aanwezig. Hoewel het merendeel van dekinderen die geboren worden met een hersenbeschadiging door zuurstof tekort deze beschadiging niet tijdens de bevalling maar eerder tijdens de zwangerschap oplopen. Nu heeft een baby allerlei mechanismen om zich zelf daar tegen te beschermen. Maar bij pre-eclampsie zijn de reserves van de baby vaak minder. Hetzelfde geldt voor de moederkoek. Daar komt nog bij dat door groeiachterstand en bij vroeggeboorte de navelstreng dunner is en makkelijker dicht geknepen kan worden tijden de weeën. Dit effect wordt nog eens versterkt door het feit, dat de hoeveelheid vruchtwater meestal verminderd is. Bij een verminderde hoeveelheid vruchtwater wordt de navelstreng namelijk ook makkelijker dichtgeknepen. Deze factoren zorgen ervoor dat het risico van zuurstof tekort groter is dan normaal. Omdat vaak de zwangerschapsduur ook korter is en het daardoor moeilijker is om de bevalling in te leiden, zal in veel gevallen gekozen worden voor een keizersnede. Echter als het maar enigszins kan en de conditie van baby en moeder het toelaat en er goed en effectief gewaakt kan worden over de conditie van moeder en kind, verdient een gewone spontane bevalling altijd de voorkeur. Deze bewaking van de conditie tijdens de bevalling zal meestal bestaan uit het continu registreren van de harttonen middels een CTG. Dit kan worden aangevuld met echografie en bloedonderzoek van het kind waarbij, vanaf enkele centimeters ontsluiting, in geval van twijfel aan de conditie bloed kan worden afgenomen uit de hoofdhuid van het kind. De afweging van de manier waarop een bevalling zou moeten plaatsvinden hangt af van veel factoren: de duur van de zwangerschap, het geschatte gewicht van de baby, de conditie van de moeder, de conditie van de baby, de ligging van de baby, de mogelijkheden binnen het ziekenhuis en het beschikbare personeel. Bij veel te kleine baby's en bij een korte zwangerschapsduur (minder dan 32 weken) zal besloten kunnen worden om de bevalling te laten plaatsvinden in een ziekenhuis met een speciale afdeling voor intensieve zorg voor pasgeborenen, de zogenaamde NICU. Vaak betekent dit dat een vrouw moet worden overgeplaatst naar een ander ziekenhuis, aangezien er in Nederland maar 10 ziekenhuizen met dergelijke afdelingen zijn. Problemen voor het kind na de geboorte Na een zwangerschap met pre-eclampsie wordt er vaak een te kleine en niet voldragen baby geboren. Deze heeft een geringere weerstand tegen allerlei aandoeningen. Ze blijven na de geboorte vaak langere tijd in een couveuse. Deze periode kan variëren van dagen tot weken en zelfs maanden. In deze periode zijn er veel grote en kleine gezondheidsproblemen. Bij een vroeggeboorte levert met name het ademhalen vaak problemen op, waardoor de pasgeborene kunstmatig moet worden beademd. Ook de niet rijpe darmen leveren veel problemen op, waardoor voedsel niet goed kan worden opgenomen. De lever werkt vaak niet goed. Daardoor kunnen afvalstoffen uit het bloed niet goed worden verwijderd. Men ziet dit vaak het eerst aan het geel worden van de huid van de baby. Hiervoor wordt vaak een behandeling met ultraviolet licht toegepast. Daarnaast zijn deze hele kleine kinderen erg vatbaar voor veel ziektes zoals infecties. Door beschadiging als gevolg van zuurstof tekort tijdens de zwangerschap, vroeggeboorte, complicaties tijdens de bevalling en problemen na de geboorte kunnen handicaps ontstaan. Deze kunnen licht zijn zoals voorbijgaande ontwikkelings achterstand, maar deze kunnen ook groter en blijvend zijn. Hierover bestaan inmiddels veel gegevens. In Nederland wordt op dit gebied vooral onderzoek gedaan door het Universitair Medische Centrum Leiden op de afdeling neonatologie (POPS studie). Door de verminderde reserves die deze kinderen hebben, zijn zij waarschijnlijk in hun eerste levensjaren, maar wellicht ook later nog, vatbaarder voor het krijgen van ziektes. Men kan hierbij denken aan allergieën, asthma etc. Voor de toekomst van de meisjes die geboren worden na een pre-eclampsie is van belang dat zij een grotere kans hebben dan anderen om zelf tijdens de zwangerschap ook pre-eclampsie te krijgen. Het is met name tijdens de zwangerschap heel moeilijk, zoniet onmogelijk, om te voorspellen wat een kind zal overhouden aan de gevolgen van pre-eclampsie. Een feit is, helaas, dat er toch een aantal kinderen blijvende gevolgen overhoudt aan de problemen tijdens de zwangerschap. Links op het internet Nederlandstalige websites ? Beroepsorganisatie van Nederlandse gynaecologen met o.a. patiënteninformatie: www.nvog.nl ? Stichting HELLP syndroom: Informatie en activiteiten voor vrouwen die HELLP hebben (gehad) en hun partners: www.stghellpsyndroom.nl ? Vereniging van Ouders van Couveusekinderen: www.xs4all.nl/~vockind/ ? Ziekenhuis.nl, uitgebreide en actuele informatie over gezondheidszorg in Nederland: www.ziekenhuis.nl ? Ferti Magazine, informatie over zwanger worden: www.fertimagazine.nl ? Apotheek.org , informatie over geneesmiddelen: www.apotheek.org ? Ouders Online: het electrische blad voor ouders en toekomstige ouders: www.ouders.nl ? Gezondheidsplein.nl, startpunt voor onderwerpen m.b.t. gezondheid: www.gezondheidsplein.nl ? GGD Nedrland, o.a. informatie over toxoplasmose en zwangerschap: www.ggd.nl/ggdinfo/toxoplas.htm Buitenlandse websites ? PubMed, database met medische artikelen, meestal met samenvatting: www.ncbi.nlm.nih.gov/PubMed ? Chilbirth.org, veel educatief en informatief materiaal: www.childbirth.org ? The Pregnancy Calendar, op basis van laatste menstruatie/uitgetelde datum zwangerschaps kalender maken en een overzicht van de ontwikkeling van de foetus: www.parentsplace.com/pregnancy/calendar ? The visual embryo, de ontwikkeling van embryo tot baby in duidelijke afbeeldingen: www.visembryo.com ? the HELLP syndrome message board: www.ipass.net/~juliemc/wwwboard/wwwboard.html ? Action on Pre-eclampsia houdt zich o.a. bezig met preventie en behandeling van pre-eclampsie: www.apec.org.uk/ ? what the heck is the antiphospholipid syndrome? Ma.w. wat is nou toch dat antifosfolipiden syndroom?: hometown.aol.com/AMAmail/Anti.html ? Gestose Frauen: Duitstalige informatie over pre-eclampsie: www.gestose-frauen.de/ Gynaecologen/perinatologen met speciale interesse voor pre-eclampsie In Nederland kunt U in elk ziekenhuis bij een gynaecoloog terecht voor een goede behandeling van pre- eclampsie. Daarnaast zijn er verschillende gynaecologen die pre-eclampsie als hun speciale aandachtsgebied hebben en daar ook onderzoek naar doen. Hieronder volgt een lijst met enkele van hen. Wanneer U met hen in contact wilt treden verdient het de voorkeur omdat via een verwijzing door uw eigen gynaecoloog te doen. Het feit dat onderstaande personen op deze lijst staan wil niet zeggen dat zij ook instemmen met de inhoud van deze site. Dr. K. Boer, Academisch Medisch Centrum, Amsterdam Dr. J.J.H.M. Erwich, Academisch Ziekenhuis Groningen Dr. J. van Eyck, Isala Klinieken, locatie Sophia, Zwolle Dr. A. Franx, Universitair Medisch Centrum Utrecht Dr. F.K. Lotgering, Academisch Ziekenhuis Rotterdam (verblijft tijdelijk in het buitenland) Dr. S. G. Oei, Sint Joseph Ziekenhuis Veldhoven Dr. L.L.H. Peeters, Academisch Ziekenhuis Maastricht Dr. E.A.P. Steegers, Academisch Ziekenhuis Nijmegen Mw. Dr. W. Visser, Academisch Ziekenhuis Rotterdam Mw. Dr. J.I.P. de Vries, Academisch Ziekenhuis VU, Amsterdam Wanneer U meent dat U ten onrechte niet, of juist wel, op deze lijst vermeld staat, verzoek ik U vriendelijk dat (per e-mail) aan ons te laten weten, opdat wij Uw gegevens kunnen toevoegen of juist verwijderen. ? Woordenlijst ? Anaesthesioloog, arts gespecialiseerd in het geven van narcose en bewaking van patiënten, op bijvoorbeeld een intensive care afdeling ? Antifosfolipiden syndroom, aandoening van het afweer systeem waarbij problemen in de zwangerschap kunnen optreden en de kans op thrombose verhoogd is. ? Bloedplaatjes, (thrombocyten), kleine bloedcellen, kunnen door samenklontering bloedstolsels vormen. ? Bovendruk, hoogste van de twee bloeddruk waarden, ruwweg komt het overeen met de druk in de bloedvaten op het moment van de hartslag. ? Dysmatuur, baby met een te laag gewicht voor de duur van de zwangerschap ? Eclampsie, zwangerschapsstuipen, die erg lijken op stuipen bij epilepsie ? Fibrinolyse, afbraak van bloedstolsels ? Fragmin®/Fraxiparine®, bloedstolling remmende geneesmiddelen, worden als injectie toegediend. ? HELLP syndroom, afkorting van hemolyse (bloedafbraak) elevated liver enzymes (leverfunctiestoornissen) low platelets (bloedplaatjes afbraak) ? Hyperthyreoidie, aandoening van schildklier, waarbij deze te hard werkt en teveel schildklier hormoon in het bloed terecht komt ? Koolhydraat, stof bestaande uit koolstof en waterstof, voorbeelden zijn suiker en zetmeel ? Methionine, eiwit dat voorkomt in de voeding. Wanneer de stofwisseling van dit eiwit gestoord is kan dit problemen m.b.t. zwangerschap en bloedstolling geven. ? MmHg, millimeter kwikdruk, de eenheid waarmee de bloeddruk wordt uitgedrukt ? Neonatoloog, kinderarts gespecialiseerd in de opvang van pasgeborenen, met name te kleine of te vroeg geboren baby's. ? Oedeem, vochtophoping, vaak in de weefsels van handen, voeten, enkels en gezicht ? Onderdruk, laagste van de twee bloeddruk waarden, ruwweg komt het overeen met de druk in de bloedvaten tussen 2 hartslagen in. ? Perinatoloog, gynaecoloog gespecialiseerd in de behandeling van vrouwen waarbij de zwangerschap met problemen verloopt. ? Placenta, moederkoek, moederlijk orgaan, dat naast andere processen zorgt voor doorgifte van o.a. voedingsstoffen en zuurstof uit het bloed van de moeder naar de baby. ? Poreus, toegenomen doorlaatbaarheid, bijvoorbeeld bij bloedvaten waardoor vocht uit de bloedvaten weglekt en oedeem ontstaat. ? Pre-eclampsie, hoge bloeddruk en eiwitverlies in urine, wordt ook zwangerschapsvergiftiging of toxicose genoemd. De juiste medische term is echter pre-eclampsie. ? Pre-existente hypertensie, hoge bloeddruk die al voor de zwangerschap bestaat (of voor de 20e week van de zwangerschap wordt vastgesteld.) ? Preventief, ter voorkoming, bijvoorbeeld een ziekte voorkomen ? Proteïne C, eiwit dat belangrijke rol speelt bij mechanisme van stolling, te weinig activiteit van dit eiwit bevordert de vorming van bloedstolsels. ? Proteïne S, eiwit dat belangrijke rol speelt bij mechanisme van stolling, te weinig activiteit van dit eiwit bevordert de vorming van bloedstolsels. ? Toxicose, zie onder pre-eclampsie ? Trisomie 13, aangeboren chromosomale afwijking, waarbij het 13e chromosoom 3x i.p.v. 2x voorkomt. Het gaat gepaard met ernstige afwijkingen en een grotere kans op pre-eclampsie ? Urine stick, staafje dat in de urine gedoopt wordt om vast te stellen of er eiwit in de urine aanwezig is (deze methode is niet 100% betrouwbaar.) ? Uterus, baarmoeder, onderdeel van de inwendige vrouwelijke geslachtsorganen, hierbinnen groeit de baby. ? Zwangerschapsvergiftiging, zie onder pre-eclampsie De makers van deze web-site Deze pagina's worden gemaakt door leden van het Perinatal research institute Maastricht (PeriM). Dit is ondergebracht bij het instituut groei en ontwikkeling van de Universiteit Maastricht en de afdeling obstetrie en gynaecologie van het academisch ziekenhuis Maastricht. Het PeriM bestaat uit de volgende personen: ? Dr. Louis L.H. Peeters, gynaecolooog Hoofd van de PeriM onderzoeks groep ? Timo H.A. Ekhart, ingenieur, onderzoeks coördinator klinisch onderzoek ? Mw.Marian Curfs, secretariaat ? Mw. Inez W. Schreij-Risselada, fysiotherapeut, klinisch onderzoeksassistent ? Mw. Yvonne P.G. Essers-Janssen, moleculair biologisch analist, onderzoeksassistent ? Mw. Dr. Brigitte.F.M. Slangen, gynaecoloog in opleiding, klinisch onderzoeker ? Dr(s) Marc E.A. Spaanderman, gynaecoloog in opleiding, klinisch onderzoeker ? Drs. Hugo W.F. van Eijndhoven, gynaecoloog in opleiding, dier experimenteel onderzoeker ? Drs. Olivier W.H. van der Heijden, Moleculair biologisch onderzoeker ? Drs. Robert Aardenburg, gynaecoloog in opleiding, klinisch onderzoeker ? Mw. Drs. Dorette A. Courtar, gynaecoloog in opleiding, klinisch onderzoeker ? Studenten: ? Mw. Nathalie van Breugel, student assistent klinisch onderzoek ? Mw. Kim Haest, student assistent dier experimenteel onderzoek ? Mw. Inge Boullart, student assistent klinisch onderzoek ? Mw. Maartje van Rij, student assistent klinisch onderzoek Onderzoek De leden van het Perinatal research institute Maastricht (PERIM) verrichten onderzoek naar verschillende onderwerpen die te maken hebben met zwangerschap en pre-eclampsie. Dit onderzoek is in drie grote lijnen onder te verdelen. ? Basaal wetenschappelijk onderzoek ? Klinisch onderzoek ? Onderzoek naar onderliggende aandoeningen bij pre-eclampsie Basaal wetenschappelijk onderzoek Bij basaal wetenschappelijk onderzoek wordt de basis van processen en mechanismen van zowel normale functies (zoals bij een gezonde individu) als gestoorde functies (zoals bij ziekte) onderzocht. Het zijn deze basale processen die de bouwstenen vormen van de kennis die we hebben over het functioneren van het menselijk lichaam. Basaal wetenschappelijk onderzoek vindt vaak plaats in laboratoria waar in vitro (vrij vertaald in een reageer buis) cellen of weefselstukjes worden onderzocht. Door een enorme uitbreiding van de technische mogelijkheden die de afgelopen jaren heeft plaatsgevonden is het aan het begin van de 21ste eeuw mogelijk om daarbij tot het niveau van de cel, de onderdelen van een cel, de moleculen binnen een cel en tot op het niveau van afzonderlijke genen te kijken. Waardoor het mogelijk is om veel dieper in te gaan op het verloop van allerlei processen in het lichaam. Aanpassingen van de bloedsomloop vormen een belangrijke schakel in het tot stand komen van een zich normaal ontwikkelende zwangerschap. De kennis van het normale verloop van deze processen is van groot belang voor het bestuderen van zowel de normaal verlopende, als de door ziekte gecompliceerde, zwangerschap. In het recente verleden hebben verschillende studies van onze eigen onderzoeksgroep meer kennis over welke veranderingen wanneer op treden en hoe die te meten zijn opgeleverd. Vaatverwijding is een belangrijke factor die bijdraagt aan de optimale omstandigheden voor een goede ontwikkeling van de zwangerschap. Tot op heden is niet bekend welke stoffen, processen en organen betrokken zijn bij het tot stand komen van deze vaatverwijding. Pas als bekend is hoe dit gebeurt, kan bestudeerd worden waarom dit, bijvoorbeeld bij pre-eclampsie, anders verloopt. Een weer daarna volgende stap is het ontwikkelen van behandelingen. Op dit moment worden binnen onze groep twee grote studies verricht waarbij op het niveau van de cel en de moleculen in die cel gekeken wordt naar het antwoord op de vraag hoe de vaatverwijding in de zwangerschap tot stand komt. De eerste voorlopige resultaten lijken hoopvol, in die zin dat het er alle schijn van heeft dat we tenminste op de goede weg zijn om een stap dichterbij de oplossing te komen. Klinisch onderzoek Bij klinisch onderzoek zijn proefpersonen betrokken, als patiënt of als gezonde vrijwilliger, waarbij processen, verschijnselen of behandelingen bij de mens worden bestudeerd. Het moge duidelijk zijn dat onderzoek bij mensen aan strenge regels is gebonden zodat de vrijwilligers geen schade ondervinden. Klinisch onderzoek wordt getoetst door een medisch ethische commissie die eisen stelt aan de manier van voorlichten, onderzoeken en behandelen van de proefpersonen. Hierbij komen allerlei aspecten aan de orde die de gezondheid van de vrijwilligers moeten waarborgen. Voor de verschillende klinische studies zijn wij vrijwel continu op zoek naar vrijwilligers. Hierbij zoeken we zowel vrouwen die pre-eclampsie hebben gehad als vrouwen die een "normale" zwangerschap hebben gehad. Maar soms ook vrouwen die nog nooit zwanger zijn geweest maar er wel over denken om zwanger te willen worden. Op dit moment worden de volgende klinische studies uitgevoerd of ontwikkeld: ? De invloed van inspanning op de bloedsomloop van o.a. nieren en op de elasticiteit van bloedvaten. ? De rol van dat deel van het zenuwstelsel dat de bloedsomloop regelt bij het ontstaan van pre-eclampsie. ? Onderzoek naar lichamelijke klachten en onderliggende afwijkingen bij vrouwen die 20 jaar geleden een pre-eclampsie doormaakten ? Psychologische effecten van het doormaken van pre-eclampsie. ? De effectiviteit van preventieve behandelingen bij pre-eclampsie Mocht U interesse hebben in deelname aan deze studies en heeft U zelf pre-eclampsie gehad of heeft U een ongecompliceerde zwangerschap doorlopen en/of wilt U binnenkort zwanger worden? Dan kunt U geheel vrijblijvend voor meer informatie contact opnemen met: Robert Aardenburg, arts-onderzoeker Afdeling Gynaecologie en Verloskunde academisch ziekenhuis Maastricht postbus 5800 6202 AZ MAASTRICHT 043-3882101 of 043-3876771 of via e-mail Onderzoek naar onderliggende aandoeningen bij pre-eclampsie Sinds ongeveer 10 jaar wordt er steeds vaker na-onderzoek verricht bij vrouwen, die in het recente verleden een zwangerschap doormaakten, welke gecompliceerd werd door een ernstige vorm van pre-eclampsie of een ernstige groeiachterstand van hun ongeboren kind. Dit na-onderzoek, meestal uitgevoerd in de academische ziekenhuizen en de grotere streekziekenhuizen, heeft tot doel aan te tonen of de doorgemaakte problemen tijdens de zwangerschap zomaar ontstonden of zich ontwikkelden, omdat er bij de betrokken vrouw risicofactoren aanwezig waren, waarvan bekend is, dat ze gepaard gaan met een verhoogde kans op het krijgen van de doorgemaakte problemen. In Maastricht voeren wij sinds 1989 bij vrouwen met een z.g. belaste verloskundige voorgeschiedenis, dit na- onderzoek uit. De kans op het vinden van een risicofactor is daarbij groter naarmate de doorgemaakte complicatie ernstiger was. Om die reden beperken wij ons onderzoek tot die vrouwen, waarbij de complicatie in de doorgemaakte zwangerschap(pen) aan één of meer van de volgende kenmerken voldoet: In de eerste zwangerschap (miskramen niet meegerekend) ontwikkelden zich dusdanig ernstige ziekteverschijnselen, vóór de 34 ste week van de zwangerschap, dat verwijzing naar de specialist noodzakelijk was. Deze stelde vervolgens één van de volgende diagnoses vast: preeclampsie, HELLP syndroom, voortijdige placentaloslating (solutio placentae) en/of ernstige onderontwikkeling van het ongeboren kind, al dan niet eindigend in het vóór de geboorte overlijden van het kind. De doorgemaakte pre-eclampsie werd gecompliceerd door aanvallen, zoals die voorkomen bij epilepsie, waarbij de behandelend specialist de diagnose eclampsie vaststelde. De duur van de zwangerschap, waarbij deze complicatie optrad, is daarbij onbelangrijk. De diagnose pre-eclampsie werd in tenminste twee achtereenvolgende zwangerschappen vastgesteld, ongeacht de zwangerschapsduur. De herhaalde complicatie was daarbij steeds zodanig ernstig, dat betrokkene in het ziekenhuis behandeld moest worden. De zwangerschapscomplicaties zoals genoemd onder punt 1 en 2 komen nadrukkelijk voor in de eerste lijn (moeder én eventuele zussen) van de familie van de te onderzoeken vrouw, die zélf nog nooit zwanger is geweest. Inmiddels zijn ongeveer 300 vrouwen (december 2000) onderzocht en kunnen we een voorzichtige tussen balans opmaken. Van deze 300 vrouwen, zijn er inmiddels alweer zo'n 85 opnieuw zwanger geweest. Bij een groot aantal van de onderzochte vrouwen (meer dan 90%) vonden wij (doorgaans kleine) afwijkingen in de: Hart, bloedvaten en/of nierfunctie. Dit type afwijkingen werd waargenomen bij meer dan de helft van de onderzochte vrouwen. Meestal was er sprake van een (meestal licht) verhoogde bloeddruk, een verlaagd plasmavolume of licht verminderde nier functie. Stolling. Dit type afwijkingen werd bij ruim 30% van de onderzochte vrouwen vastgesteld. De afwijkingen hebben met elkaar gemeen, dat zij allen tot een vergemakkelijkte stolling aanleiding geven. Men spreekt ook wel van "trombofilie". Afweer het anti fosfolipiden syndroom. Dit type afwijkingen kwam ook bij 15% van de onderzochte vrouwen voor. Meestal zijn er dan een bepaald soort antistoffen in het bloed aantoonbaar, die zich tegen lichaamseigen eiwitten richten. Soms vinden we antistoffen in het bloed, die men ook bij reuma aantreft. Stofwisseling. Dit type afwijkingen werd bij ruim 15% van de onderzochte vrouwen gevonden. De meest voorkomende afwijking was "hyperhomocysteïnaemie", waarbij de concentratie van het eiwit "homocysteïne" in het bloed te hoog is. Dit eiwit heeft een nadelig effect op de functie van de bloedsomloop en de stolling. Verder zagen wij in deze categorie afwijkingen, stoornissen in de suikerstofwisseling en de cholesterol waarden. Opvallend was, dat vrijwel niemand van de onderzochte vrouwen klachten had, die toegeschreven konden worden aan de gevonden afwijking. Op theoretische gronden zouden aan de hand van deze onderliggende afwijkingen preventieve behandelingen in een volgende zwangerschap kunnen worden toegepast. Een belangrijke kanttekening bij deze behandeling is echter dat de effectiviteit tot nu toe niet volledig is aangetoond. Hoewel er wel degelijk aanwijzingen zijn dat deze preventieve behandelingen baat zouden kunnen hebben en dat ze voor moeder en kind veilig kunnen worden toegepast zijn er ook nadelen en ongemakken aan verbonden. Het is daarom belangrijk dat in een z.g. placebo studie wordt onderzocht of dit soort preventieve behandelingen een gunstig effect hebben op een volgende zwangerschap. In onze studie kreeg het merendeel van de vrouwen na een volgende zwangerschap een gezond kind zonder grote problemen. Op basis van onze ervaringen menen wij echter toch te moeten stellen, dat het onrealistisch is te verwachten, dat een volgende zwangerschap gegarandeerd ongestoord zal verlopen, nadat wij aan de hand van de resultaten van ons na-onderzoek, een behandeling ingesteld hebben. Deze volgende zwangerschap wordt natuurlijk wel beter gecontroleerd en daardoor zal eerder het ontstaan van een complicatie worden vastgesteld. Dit laatste maakt het mogelijk om vervolgens in een eerdere fase de behandeling zonodig aan te passen, waardoor de kans op het uit de hand lopen van de complicatie kleiner wordt. Ons inziens is het vooral belangrijk om de vrouwen met ernstige afwijkingen op te sporen. Het geïnformeerd zijn over het bestaan van afwijkingen maakt het mogelijk om b.v. een specifieke behandeling in te stellen, maar kan ook betekenen, dat een vrouw een volgende zwangerschap ontraden wordt. Verder zal er meer kennis opgebouwd worden over de grote variatie in afwijkingen, die klaarblijkelijk allen een verband hebben met pre- eclampsie. Verder proberen we op dit ogenblik voor iedere afwijking een behandeling samen te stellen, die de kans op een gecompliceerde zwangerschap in de toekomst zou moeten verkleinen. Kennis van het hele scala van afwijkingen draagt ook bij aan het vinden van de echte oorzaak van deze zwangerschaps complicaties. De afwijkingen kunnen in een volgende zwangerschap in verschillende mate de kans op het ontstaan van pre- eclampsie verhogen. Men dient zich daarbij te realiseren, dat een kansberekening bemoeilijkt wordt door het feit dat we de oorzaak van pre-eclampsie nog niet kennen. Wij vonden bovendien bij ruim 90% van de vrouwen afwijkingen, terwijl het risico op herhaling voor gehele onderzochte groep (indien géén behandeling ingesteld zou worden) geschat wordt op ongeveer 20 tot 25%. Met andere woorden, het aantonen van een afwijking betekent zeker niet, dat de volgende zwangerschap met problemen gepaard zal gaan. Men dient zich te realiseren, dat in een 2de zwangerschap de kans op het krijgen van pre-eclampsie sowieso veel kleiner is, omdat in de eerste plaats de baarmoeder al een keer de normale veranderingen tijdens de zwangerschap heeft doorgemaakt en dus getrained is en in de tweede plaats, dat een 2de (en volgende) zwangerschap (meestal) van dezelfde partner zal zijn, hetgeen betekent dat de lichte afweerreacties van het moederlijke afweersysteem tegen de vrucht en de moederkoek, die zich bij de innesteling voordoen, milder zullen zijn. De gunstigere uitgangconditie bij een 2e zwangerschap zorgen ervoor, dat in feite minder dan één op de vier vrouwen met een belaste voorgeschiedenis, deze uiterst negatieve ervaring opnieuw zal meemaken. ©2000 Perinatal research institute Maastricht. De medewerkers van deze website(tekst) gaan uiterst zorgvuldig te werk bij de samenstelling hiervan. Toch sluiten wij iedere aansprakelijkheid uit voor eventuele gevolgen van het handelen op grond van de informatie of adviezen die U op (in) deze website (tekst) aantreft. Bij medische problemen is het raadzaam allereerst uw eigen arts te consulteren. Alvorens U aan de inhoud van deze site (tekst) consequenties verleent, dient U eerst een en ander met uw eigen arts te overleggen. De inhoud van deze website (tekst) vormt geenszins een vervanging van een consult bij uw eigen arts.