
ATP (voluit adenosine
trifosfaat) is een stof die voorkomt in alle cellen van ons lichaam. ATP vormt
in onze lichaamscellen de gebruiksklare energievoorraad. Als we een arm
optillen, wordt hiervoor ATP verbruikt; als de darm, de lever of de alvleesklier
voor de spijsvertering zorgen, is hiervoor energie nodig. Ook elke gedachte die
door onze hersenen wordt geproduceerd, is afhankelijk van ATP als
energievoorraad.
In onze voeding zitten
brandstoffen, met name koolhydraten (zetmeel en
suikers) en vetten. Vet wordt ook in het lichaam opgeslagen als lange-termijn
energievoorraad. Om de energie uit koolhydraten en vetten voor het lichaam te
kunnen gebruiken, is eerst een groot aantal afbraakstappen nodig. Kortom, deze
energie is niet direct beschikbaar. Daarom heeft het lichaam ook direct
beschikbare energie in voorraad: dit is ATP.
Behalve binnen de cel, speelt ATP ook een belangrijke rol buiten de cel. Dat komt doordat bijna alle cellen van het lichaam aan de buitenkant zogenaamde receptoren bevatten. Een receptor is net als een radio-ontvanger: als hij een signaal van buitenaf ontvangt (in dit geval van ATP) dan geeft hij dit door naar het binnenste van de cel. Daardoor worden allerlei levensprocessen gestuurd zoals de prikkelgeleiding van zenuwen, de verwijding van bloedvaten en vele andere zaken meer.