In januari 2008 is met steun van de Europese Unie een
grootschalig onderzoek op het gebied van botontkalking van start gegaan. Binnen
dit onderzoek werken gerenommeerde onderzoeksinstituten uit Engeland, België,
Italië, Denemarken en Nederland samen om de rol van ATP bij botontkalking te
onderzoeken (het ‘ATPBone project’,
zie www.ATPBone.org). Aan de Universiteit
Maastricht en het academisch ziekenhuis Maastricht
(azM) start in 2008 een onderzoek dat deel uitmaakt van het EU-onderzoek. Voor
dit onderzoek zal nauw worden samengewerkt met artsen en onderzoekers in
Denemarken.
Botontkalking (osteoporose) is een aandoening waarbij de
botstofwisseling verstoord is en de sterkte van de botten verminderd is. Dit
komt doordat er meer bot wordt afgebroken dan dat er wordt gevormd.
Verschillende factoren, zoals leeftijd en geslacht, bepalen het risico op
botontkalking. Een belangrijk deel van het risico op botontkalking is ook
genetisch bepaald, d.w.z. een (erfelijke) verandering in de genen die betrokken
zijn bij de regulering van de botstofwisseling. Een belangrijk gevolg van
botontkalking is een verhoogd risico op botbreuken, vooral van de heup. In
Nederland worden jaarlijks zo’n 15.000 personen
opgenomen in het ziekenhuis ten gevolge van een gebroken heup.
Uit wetenschappelijk onderzoek is bekend dat ATP een rol
speelt in de botstofwisseling. Door te binden aan specifieke receptoren op het
bot kan ATP de functie van de botcellen en daardoor de botstofwisseling
beïnvloeden. Recent onderzoek in Denemarken heeft aangetoond dat een genetische
verandering in de functie van een van deze receptoren voor ATP samenhangt met
het risico op botontkalking.
Het doel van het onderzoek aan de Universiteit Maastricht
en het azM is het bepalen van het verband tussen genetische veranderingen in
verscheidene receptoren voor ATP en het risico op botontkalking en botbreuken.
Meer kennis hierover kan bijdragen aan de schatting van het individuele risico
op botontkalking in een vroeg stadium, zelfs al voordat er botbreuken optreden.
Op deze manier kan het risico op botbreuken aanzienlijk verlaagd worden door
het vroeg instellen van een preventieve behandeling (bijv. calcium
of vitamine D tabletten).
In het azM worden patiënten van 50 jaar of ouder met een
botbreuk uitgenodigd voor reguliere zorg op een speciale poli voor botbreuken
en botontkalking. Op deze poli wordt door een gespecialiseerde verpleegkundige
een overzicht gemaakt van individuele risicofactoren voor botontkalking en
botbreuken. Daarnaast wordt een meting gedaan van de botdichtheid met behulp
van een zogenaamde DXA-scan. Op basis van de gegevens over risicofactoren en
botdichtheid kan bij patiënten met botontkalking gestart worden met medicatie.
Voor het onderzoek vanuit de Universiteit Maastricht
zullen de patiënten met een botbreuk die deze poli bezoeken gevraagd worden om
eenmalig bloed te geven. In dit bloed worden eventuele genetische veranderingen
in de functie van een aantal receptoren voor ATP bepaald. Vervolgens wordt
gekeken naar de relatie tussen deze veranderingen en de botdichtheid.
Dit onderzoek maakt deel uit van het 7e
kaderprogramma voor EU-onderzoek (KP7), het belangrijkste instrument van de
Europese Unie voor financiering van onderzoek in Europa. Voor meer informatie
kunt u kijken op de volgende website:
http://ec.europa.eu/research/fp7.
_files/image002.gif)
Meer informatie?
Dr. M.J.L. Bours (043-3882903).